13/10: Adi Ma’ar, het dorp van de honing dat vooral veel te ver van May Makden verwijderd ligt

Ondertussen was de melk al weer gewoon vloeibaar, dus kon ik rustig chocopic’s met melk eten als ontbijten. Die afwisseling deed ongelooflijk deugd. Maar het vroege uur piekte toch een beetje, we hadden om 6u30 afgesproken en ik heb het gevoel al een tijdje niet meer uitgeslapen te zijn. Maar daar gaat men niet dood van zeker? Het gebrek aan water – dat blijkbaar het volledige hotel besloeg – was even iets minder aangenaam, maar ook daar ga je niet dood van. Nog vlug even mijn mails checken alvorens naar beneden af te zakken en daarbij redelijk gefrustreerd raken omdat er nog steeds niets in mijn mails zit. Hopelijk kan Stef het verder regelen vandaag. Beneden Miró, Gebrekidan en Yohannes teruggevonden, die blijkbaar nog steeds op Miró’s ontbijt wachten – ze zijn hier in het Atse Yohannes nog steeds niet sneller als het op bediening aan komt – waardoor we dus wat vertraging opliepen. Geen enkel probleem, tijd genoeg als de interviews wat willen vlotten. Samen met Miró en Gebrekidan naar het busstation gelopen – met een hoop bagage voor hen en gelukkig maar één rugzak voor mij – om daar tot de conclusie te komen dat de bus naar May Makden ergens anders vertrekt. Even vragen aan een bajajdriver die spontaan zijn gsm bovenhaalt en een kameraad opbelt die gisteren nog die bus genomen had en die de halte dus wel wist zijn. Een gratis lift had ik hier nog nooit meegemaakt, dus heb ik de vriendelijke man spontaan 5 birr gegeven, hij had tenslotte getelefoneerd – ook al is dat in Ethiopië een normale verslaving. Een oudere bus wachtte net nog op enkele passagiers, dus hebben we maar 15 minuten moeten wachten. Al snel bleek de bus zelf niet echt goed meer te werken en na vier pechstops zijn we gelukkig heelhuids in May Makden geraakt. Daar wist Yohannes me te vertellen dat hij nog niet ontbeten had, dus hebben we dat ook eerst maar geregeld. Het broodje met thee heeft mij ook wel gesmaakt, want cornflakes als ontbijt, dat blijft dus een probleem hé. Na één uur heb ik altijd weer honger. Soit, rond 9u konden we eindelijk richting Adi Ma’ar vertrekken, waar enkele van Amaury zijn gullies mij vervaarlijk toelachten. Die zijn dus echt gigantisch groot en diep hé – en volgens Yohannes nog veel dieper dan drie jaar geleden. Ik begin te snappen waarom de Nederlandstalige vertaling van gully ravijn is. Ik zou er niet graag insukkelen. Na één uur wandelen – ja hoor, één uur aan een stuk alvorens je een huisje tegenkomt, dodelijk! – het eerste interview afgenomen. Net op die ene dag dat je barslechte ontvangst hebt, probeert Stef de vlucht te herboeken. Niet ideaal maar tegen elf uur was het zeker: ik arriveer nu donderdag in België in plaats van de week erop. Mijn dag kon niet meer stuk, de volgende interviews gingen nog veel vlotter, dus tegen 13u30 heb ik besloten terug te keren, zodat ik de laatste formaliteiten kon regelen. Een uurtje wandelen, meteen de bus op richting Mekelle, een bajaj nemen richting markt om nog wat extra souvenirs te kopen – aangezien ik van Miró een extra tas mag lenen en je bij Egyptair twee zakken mag inchecken – om daarna alleen en in spoedtempo terug te wandelen naar het hotel. Nog even mijn hotelkamer betaald, een paar inkopen gedaan – appels, bananen, brood en water – om daarna onder de douche te springen. Die bleek verdacht koud aangezien de boiler nog niet lang opstond, maar het deed toch deugd om al het stof van mijn lijf te spoelen. Vliegtuigticket geprint, skypegesprekje met Stef om daarna een mushroompizza with cheese and cola binnen te spelen. Nu nog even met de broer babbelen en me daarna in bed te ploffen en morgen mijn laatste dag te werken – in Ethiopië – voor mijn thesis. Bevreemdend…

 

BiSou

Fien

 

Ps normaal zou ik nog veertien dagen in Ethiopië zijn, maar plots zijn dat er een pak minder, het gaat snel als je je vlucht verzet!

 

11&12/10: Mekelle, een beetje thuiskomen

Veel te laat in bed gekropen, maar toch een goeie nacht gehad. Het is zalig om rustig wakker te kunnen worden en op het gemak te kunnen ontbijten in een deftige hotelkamer. ’s Morgens om 8u30 afgesproken met Yohannes om wat aan souvenirshoppen te doen waarna ik een afspraak vastlegde met Dr. Fredu, mijn lokale promotor. In tegenstelling tot Joke, was dit mijn tweede en daarmee ook laatste afspraak met mijn promotor. Het voelde wel goed om met een expert te kunnen praten over het PSNP en op die manier heel veel nieuwe informatie te verzamelen. Het was ook wel leuk om 442 interviews te kunnen voorleggen en daarbij te kunnen vertellen dat er nog 40 bijkomen. Veel beter dan het verwachte plan dat we de eerste dag bij mijn aankomst in augustus besproken hadden, dus ben ik op zich al heel erg blij met het resultaat. ’s Middags veel te lang met Stef geskypet, om daarna nog de hele namiddag op de computer bezig te zijn. Zo veel mails en Minerva-berichten, een mens zou er spontaan depressief van worden. Maar mijn werk werd plotseling onderbroken door de aankomst van Miró, die gepakt en gezakt van Bolago kwam. Het doet altijd deugd om een bekend gezicht te zien. Daarna samen iets gaan eten om dan voor het eerst met een webcam met Stef te kunnen skypen, het is eens iets anders. ’s Avonds nog wat film gekeken, beetje romantische chickflicks, maar op zich wel rustgevend. De volgende morgen een poging gedaan om mijn aangekochte cornflakes op te eten. Enige probleem, ze kennen hier blijkbaar het verschil niet tussen een vriesvakje en de effectieve frigo dus is mijn doos melk was volledig bevroren! Joepie, hopelijk kan ik dat binnen een uur ontdooien. Maar droge cornflakes is ook lekker. De rest van de dag luierend doorgebracht, beetje lezen en pc’en om dan plots op het lumineuze idee te komen om mijn vlucht te herboeken. Aangezien ik toch zondag al gedaan heb met mijn effectieve thesiswerk en ik anders een hele week alleen ben in Mekelle, zou een weekje eerder thuiskomen geen onwelkome verandering van schema zijn. Blijkbaar gemakkelijker gezegd dan gedaan, vooral die driehoeksverhouding van een half uur tussen Stef, mezelf en de – volgens Stef Surinaamse – dame van de klantendienst van Cheaptickets werkte op de zenuwen. Maar ze had beloofd om de overige informatie op mail te zetten en door te sturen. Dan maar hopen dat ik snel een mailtje ontvang, wat dus niet het geval was. Aangezien ik morgen weer aan het werk moet voor mijn interviews in mijn laatste dorpje, dan toch maar wijselijk besloten om op tijd te gaan slapen. Hopelijk morgen meer nieuws.

 

BiSou

Fien

 

Ps Zo’n 070-nummer met bijhorende wachtmelodietjes, ze zijn niet besteed aan een nerveuze Stef. Het zorgde wel voor een grappige skypesessie.

 

10/10: Een busrit in real Antenne-style, hopelijk eventjes de laatste

Hmm, blijkbaar was mijn maag het niet volledig eens mijn laatste zelfgefabriceerde Ethiopische maaltijd. Maar gelukkig was de buikpijn verdraagbaar. Tegen 7u30 vertrokken richting Zala Weiny voor de volgende 17 interviews. Die gingen gelukkig een stuk sneller dan de dag voordien waardoor we tegen lunchtijd alweer in Hawzen waren. Ideaal, want het was markt vandaag. Even rond gesnuisterd en in het geval van Yohannes een witte sjaal kopen om naar de kerk te gaan. In mijn geval gewoon eens rustig rondkijken en je afvragen waarom er per se 20 identieke kraampjes nodig zijn. Maar het hoort allemaal bij de cultuur en het heeft zo wel zijn charmes. Afbieden wordt daardoor veel gemakkelijker! Mensen uitspelen tegen elkaar en zo. Nog even mijn lunch genuttigd in het hotel – broodjes met smeerkaas – waarna ik al mijn materiaal verzameld heb, inclusief het afgewassen kookvuur dat klaar is voor opslag in Hagere Selam en richting busstation vertrokken. Om 13u een bus gevonden richting Mekelle en om 14u15 effectief vertrokken – Boliviaanse tijden vallen nog mee hoor Joke – om drie uur later – in ware Antenne-style (remember excursie), anders had het nog veel langer geduurd in hartje Mekelle uit te komen. Volledig groggy richting Atsey Yohannes Hotel gewandeld om meteen mijn laptop boven te halen en de geplande skype-gesprekken te plegen! Tussendoor nog vlug een mushroom pizza with cheese binnengespeeld om daarna te genieten van een heerlijke warme douche. Nu nog even al mijn emails doorlopen – en dat zijn er een hoop na twee weken, vooral unief gerelateerd jammer genoeg – om daarna te genieten van mijn welverdiende nachtrust. Hopelijk kunnen jullie evenveel genieten van mijn ellenlange updates als ik van een deftig bed in een kamer met zittoilet, warm water en gordijnen!

 

BiSou

Fien

 

Ps Gisteren ook nog een lokaal koeienstal tegengekomen. Hypermodern naar Ethiopische normen, het enige dat ontbreekt is voldoende koeien om de stal te vullen! En nee, rosse koeien aanvaarden ze niet, alleen selected cows!

9/10: Hoe triviale dingen een hele ontdekking kunnen zijn

Mijn wellicht laatste portie Ethiopische tahni klaargemaakt en er grondig van genoten. De overschot neem ik wellicht mee naar België, het is tenslotte een delicatesse! Het bijhorende brood met choco en ook de rozenbottelthee hebben goed gesmaakt. Het ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag, heeft een wijze oude man mij altijd geleerd. En ik geloof hem, want hij is vorige week 90 geworden! Deze morgen vlijtig vertrokken op weg naar mijn voorlaatste dorpje. Zala Weiny bleek relatief uitgestrekt met heel erg verspreide bebouwing maar dat is op zich geen probleem. De eerste acht interviews gingen relatief vlot, maar vanaf daar begon het probleem. Er was een begrafenis bezig in de nabijgelegen kerk en in tegenstelling tot onze Belgische begrafenissen in familie- en vriendenkring, wordt dat in Ethiopië al snel alle volwassen uit de aanpalende dorpen. Bijgevolg werd mensen vinden om te interviewen een bijzonder lastige klus, waarbij de lokale kinderen het niet per se aangenamer maken. Aan China en Ferenghi ben ik ondertussen al gewoon, maar het woordje money komt mij de strot uit. Vooral wanneer je rustig een gesprek voert met iemand en de twintig kinderen er rond constant om geld vragen. De Ethiopische manier om ze te doen zwijgen, is – zoals bij het vee – te dreigen om met een steen te gooien. Gelukkig zit daar nog een verschil in, tussen het werkelijk gooien van stenen naar het vee om ze uit het graanveld te houden en het dreigen om te gooien naar kinderen. Het is een kwestie van opvoeding hé! Kort na de middag besloten om richting Hawzen terug te keren en het Bureau of Agriculture te bezoeken. Maar toch eerst nog een paar interviews gedaan, want vijftien was zo belachelijk weinig voor een hele dag. Daarbij uitgelegd aan een lokale landbouwer hoe je een waterverstuiver – zo’n ding om planten vochtig te houden of om je haar een beetje natter te maken als het geknipt moet worden – opvult en in elkaar steekt. De kinderlijke verwondering van de 38-jarige man over het functionerende, nieuwe werktuig was goddelijk om te aanschouwen. Ik was even helemaal mijn kluts kwijt door zijn dankbare gezicht. De beste manier om zijn dankbaarheid te uiten, was natuurlijk het interview dat op mijn deskundige uitleg volgde. Voor wat, hoort wat, ook in Ethiopië… Maar hij zou sowieso wel een interview gegeven hebben, daar ben ik wel zeker van, al was het alleen al uit curiositeit. Met achttien interviews op zak voelde ik me al iets minder schuldig over deze minder geslaagde werkdag en kon onze zoektocht naar het Bureau beginnen. De wegbeschrijving luidde als volgt: na dat groot hotel naar rechts en voor dat ander hotel naar links en daar nog eens vragen. Gelukkig staan er in Hawzen maar twee grote hotels, anders zou het wel moeilijk worden op deze manier je weg te vinden. De verantwoordelijke voor het PSNP was nog even in een dorpje, dus moesten we een klein uurtje later terugkomen. Een ijsgekoelde Coca-Cola en een slechte film – iets van Austin Powers en Dr. Evil – later keerden we terug en na een half uur wandelden we weer buiten met de nodige informatie. Ik heb genoten van mijn laatste, bijzonder vlotte bezoek aan een Bureau of Agriculture in Tigray, maar hoop toch even geen officiële overheidsinstanties meer nodig te hebben. Na dit alles aan het koken geslagen, benieuwd wat die erwtjes in blik zouden geven. Wat ui en wortels fijn gesneden en terwijl pasta gekookt. Daarna de wortels laten pruttelen en de erwtjes op het einde toevoegen. Die bleken wel wat meer op witte bonen dan op onze erwtjes qua smaak en textuur, maar deze afwisseling in mijn vrij beperkt eetpatroon heeft me deugd gedaan. Morgenochtend speelt Yohannes nog de koude overschot binnen, want ik heb vandaag al alles afgewassen – inclusief het kookvuurtje. Morgennamiddag vertrekken we immers richting Mekelle – na de zeventien broodnodige interviews in Zala Weiny – en daar ga ik zelf niet meer koken. De volgende veertien dagen zal dus op restaurant gaan worden en brood eten. Mijn plannen veranderen hier constant, maar één ding staat nu vast: morgen heb ik weer internet en hebben jullie weer een heleboel leesvoer!

 

BiSou

Fien

 

Ps Mijn benen beginnen meer en meer op een streepjescode of zebra te lijken: witte billen, ontzettend bruine knieën, minder bruine onderbenen, witte sokjes en bruine strepen waar mijn sandalen mijn voeten niet be

8/10: De vijfhonderd komt in zicht

Deze morgen rustig ontbeten en de afwas gedaan van gisterenavond. Bij gebrek aan kraantjeswater ging dat niet zo goed, dus ja, dan maar ’s morgens om 6u30. De pot waarmee ik gisteren popcorn gemaakt heb, plakte serieus door de suiker, maar het was wel lekker popcorn – zonder koffie weliswaar. Daarna weer op pad – het begint een routine te worden – om de laatste interviews in Lenkshe af te werken. Bij onze eerste interviews meteen een ochtendritueel meegemaakt, het lokale ontbijt bestond uit een stoofpotje van bonen en kruiden met de nodige enjera en verse koffie. Eventjes keerde mijn maag een klein beetje, maar ik heb ondertussen al ergere dingen gezien. Maar de english breakfast style is niet aan mij besteed. Maar het leverde wel twee goeie interviews op… Tegen 11u30 zat het er al weer op en na een verkwikkende lunch – van mbasha met banaan en smeerkaas, again – kon onze bergopwaartse klim richting Sinkata en zijn respectievelijk Bureau of Agriculture beginnen. De verantwoordelijke was gelukkig nog ter plekke – want ook voor hen was het lunchtijd – en na een klein half uur stonden we al weer buiten met alle nodige informatie. Zo vlot kan het soms gaan! Nadien het laatste materiaal ingepakt, nog even van een 7Up genoten om daarna richting busstation te vertrekken. Iets meer dan twee uur hebben we in de bus gewacht tot er voldoende passagiers waren om richting Hawzen te vertrekken. Hatelijke manier van werken, maar zo hoort het hier nu eenmaal. Lang leve de niet zo stipte NMBS en De Lijn voor het degelijke openbaar vervoer netwerk in België. Het zou misschien wel aan de Ethiopische tarieven mogen, lijkt me een ideale combinatie. Na meer dan een uur hobbelige weg kwamen we uiteindelijk in Hawzen aan. Zo’n busreis blijft toch vooral een vermoeiende en stofferige bedoening – jaja, another one bites the dust – die meestal eindigt met de zoektocht naar een hotel. Hawzen is gelukkig al iets meer ontwikkeld dan Sinkata, dus hotels in overvloed voor de belachelijke prijs van 25 birr – of nen dikken euro! Het hoeft ook niet meer te zijn dan een bed in een afsluitbare kamer, een toilet en liefst ook een douche. Dan maar direct twee nachten vooruit betaald en op zoek gegaan naar een restaurant. De macaroni met brood, stew en yoghurt heeft goed gesmaakt, de melk achteraf was jammer genoeg zuur. In tegenstelling tot de Belgische gewoonte, moet je hier desondanks toch nog betalen, ook al is iets slecht of niet wat je gevraagd had. Op die 10 eurocent zal het ook wel niet aankomen zeker? Nog even een pintje drinken in ons hotel en dan weer vroeg onder de wol, want dergelijke dagen zijn best wel vermoeiend! Vannacht hopelijk dromen van het prachtige landschap waar ik vandaag weer doorgereden ben. Ethiopië blijft toch een magnifiek land qua landschap…

 

BiSou

Fien

 

Ps bijna drie vierde van mijn verblijf zit er al op en woensdag of donderdag al weer in Mekelle, het gaat snel als je hard werkt!

7/10: Het einde van mijn interviewrondrit komt in zicht

Een korte nacht is toch niet echt het ideale begin voor een lange werkdag. Pas tegen 00u waren de laatste gasten verdwenen uit het café dat aan mijn slaapkamer grenst. Op zich geen probleem als ze een pintje willen drinken, maar de irritante Ethiopische gewoonte om daarbij de tv vollebak te laten spelen, maakt slapen onmogelijk. Maar ik zal de schade deze nacht wel inhalen, of als ik in Mekelle aangekomen ben, want daar zijn de bedden van veel betere kwaliteit en heeft elk raam een gordijn. Rond 7u30 vertrokken richting dorpje – met voor de verandering nog eens lekkere mbascha of lokaal brood als lunchpakket – nog niet echt zeker hoe groot het exact is en van waar tot waar het zich precies uitstrekt. Maar dat kun je hier altijd aan de lijve ondervinden door het volledige gebied af te wandelen. Het grootste nadeel aan Sinkata bleek toch wel de ligging te zijn – bovenop een heuvel – waardoor we na 21 interviews en heel veel heen en weer geloop in Lenksche die helling op het einde van de dag moesten beklimmen. Maar ik veronderstel dat mijn benen – en vooral mijn verstand – het al gewoon zijn om gewoon de ene pas na de andere te zetten tot je je einddoel bereikt hebt. Een tactiek als een ander, maar het werkt altijd – toch in mijn geval. Van opgeven wordt hier niet gesproken, maar ik zal toch blij zijn als ik weer over de Coupure kan fietsen, liefst met wind in de rug tot aan de faculteit van de Bio-ingenieurs. Ondanks het onherbergzame – naar mijn normen althans – landschap zijn er in de meeste stadjes veel fietsen aanwezig. De meeste zijn gelukkig voorzien van dikke mountainbikebanden want anders zou zo’n band het hier niet lang overleven. Ook hier in Sinkata heb ik al een paar Aziaten gespot, die blijkbaar vooral dienst doen als wegenbouwers. De Indiërs zijn volgens Yohannes gespecialiseerd in hydropower ofte het bouwen van waterkrachtcentrales en de Belgen zijn de meest sympathieke want die dragen bij aan de educatie. Zo heeft iedere land zijn doel, want als ik me niet vergis is het windmolenpark nabij Mekelle van franse makelij. Vandaag ook nog een lokale vuilniswagen tegengekomen. Het woord wagen mag je – naar de oude Belgische standaard – relatief serieus nemen: een open houten trekkar die door een paard door de straten van de stad voortgetrokken wordt en waar iedereen naar believen zijn afval mag in droppen. Wat er nadien met de inhoud van de kar gebeurt, is me nog altijd een raadsel, maar ik vrees dat daarmee Amaury’s gullies opgevuld worden. Op zich blijft de stad toch al wat properder. Alle begin is moeilijk, maar volgens mij zullen ze ooit nog afval gebruiken om energie te produceren ,of zoiets. Morgen nog een halve dag interviews afnemen en dan het Bureau of Agriculture nog eens vereren met een bezoekje. Hopelijk lukt dit allemaal vóór drie uur, want dan kunnen we nog richting Hawzen vertrekken, waar we dan hopelijk ook nog een relatief deftig hotelletje kunnen vinden. Hoop doet leven, zegt men…

 

BiSou

Fien

 

Ps Al zes weken in Ethiopië, ik ben nog nooit zo lang uit België weggeweest! Nog twee en een half te gaan en we zijn terug in België… Vooral de lift van Zaventem naar Gent zal een groot voordeel zijn ten opzichte van de lange treinrit die ik gepland had. Dank u, Lien (en Stef)!

 

6/10: Wegenwerken avant-la-lettre

Wat een schitterend hotel, met mijn zelfgemaakt gordijn heb ik hier drie nachten perfecte nachtrust gehad. Wat wil een mens nog meer? Niet moeten verhuizen naar het volgende stadje natuurlijk. Alhoewel het altijd fijn is om nieuwe plaatsen te leren kennen – die we zelfs tijdens de excursie niet bezocht hebben. Onze ervaring van gisteren zorgde ervoor dat we deze keer voor 10 birr en binnen het half uur in Duku-e – want zo moet je het blijkbaar schrijven in plaats van Deku-e – arriveerden met de jumbo-bajaj– voor zes tot acht personen in plaats van drie. De interviews gingen bijzonder vlot en met een kleine Fien-wil-een-banaan-eten-pauze waren we tegen 11u30 klaar met onze interviews. Dan maar nog een banaan gegeten om de grootste honger te stillen, terwijl we op een lift richting Adigrat wachten. Dat bleek veel minder lang te duren dan de dag voordien, wellicht door het andere tijdstip. Voor 10 birr voerde een minibus – met een groene dode furbie rond de versnellingspook in plaats van roze furbies aan het plafond – ons tot bijna aan het hotel. Opstappen op een bus doe je best in het busstation, maar afstappen kun je eender waar, gewoon de chauffeur vragen om even halt te houden en er uitspringen. Meestal moet je wel de volle pot betalen tot aan het dichtstbijzijnde stadje of andere eindbestemming, maar in euro omgerekend komt dat neer op 2 à 3 eurocent. Dus daar doen we niet moeilijk over hé! Ik was al lang blij dat we deze busritten konden afleggen met enkel een rugzak en niet onze gewoonlijke berg bagage waar iedereen argeloos mee omspringt. Echt veel respect voor je spullen hebben ze hier niet, dus kun je er beter zelf zorg voor dragen, zeker als je een laptop mee hebt. ’s Middags nog even twee broodjes met smeerkaas en een banaan – hoe kan het ook anders – binnengespeeld en terwijl even getelefoneerd met Stef. Net als mijn vorig gesprek leek het alsof we elk in een andere kamer zaten in plaats van in België en Ethiopië. Maar het deed vooral veel deugd om nog eens een deftig Nederlandstalig gesprek te kunnen voeren. Na de middag in een bajaj gesprongen richting busstation – want met zoveel bagage lijkt dat veel langer wandelen – om daar in relatief korte tijd een bus te vinden die ons naar onze volgende bestemming kon voeren: Sinkata. Eenmaal aangekomen bleek een hotel vinden geen sinecure. Sinkata is nog volop in aanleg en de gebouwen – inclusief hotels – die aanwezig zijn, zijn relatief oud en helemaal niet zo proper. De meeste hebben geen douche – evenals het mijne – en ook het toilet kon properder. Maar voor €1,5 mag een mens niet klagen zeker? En het voordeel aan mijn ‘hotel’ – als je het al zo kan noemen – is dat er maar één kamer is. Geen andere irritante lawaaimakende gasten. Wel een poort aan de straatkant, maar ’s nachts is het hier meestal relatief rustig. Zeker na een zaterdag – marktdag – waarbij iedere dorpeling zicht heeft bezat met het lokale, zelfgebrouwen bier – suwa voor de kenners. De nodige vechtpartijen en scheldwoorden later trekt iedereen terug naar zijn eigen dorp of huis en wordt het hier aangenaam rustig, op de veel te luide tv’s na. Voor het avondeten nog even water gekookt om mijn haar te kunnen wassen. Met een fris gevoel op zoek naar een restaurant waar ze macaroni verkopen. Daarbij scheur je eerst twee of drie witte broodjes in kleine stukken, daarna voegen ze macaroni toe samen met een stew van tomaat, ajuin, groene pepers en vooral veel pikante kruiden. Op sommige plaatsen voegen ze ook nog yoghurt toe en dat geheel vormt dan een smakelijk papje. Mijn portie heeft goed gesmaakt, ook al was het iets te pikant, veel te koud en vooral een veel te grote hoeveelheid, maar dat was vooral mijn mening. Ik voel me altijd schuldig als ik eten overlaat maar eten tot je erbij neervalt is ook geen optie. De cola zorgde voor het nodige bluswerk en de tv dat zonder geluid – want bijna niemand verstaat hier Engels – speelde, zorgde voor wat afwisseling. Het is best grappig hoe ik zelfs zonder geluid de context van de meeste Amerikaanse films of series kan verstaan, terwijl Yohannes er niets van begrijpt. Volgens mij moet je iets van hun cultuur kennen om de logica achter de film of aflevering te snappen. En een Egyptische tv-quiz lijkt al snel op een interview met de president, althans volgens Yohannes. Ze kijken hier veel meer tv dan ik in België doe, maar ze snappen er eigenlijk helemaal niets van. Soit, rond 19u is mijn kaarsje uitgedoofd en trek ik me terug in mijn nieuwste hotel – met veren als lattenbodem in plaats van een plank, eens zien wat dat zal geven. Normaal blijven we hier drie nachten om dan weer verder te trekken naar Hawzen. Morgen eens proeven hoe Ethiopische erwten uit blik smaken, hopelijk valt het wat mee. Maar eerst een dagje interviews afnemen alvorens aan deze culinaire nieuwigheid te beginnen!

 

BiSou

Fien

 

Ps ik besef des te beter waarom alle kinderen me aanspreken met China: in Adigrat wordt de aanleg van wegen door Aziaten gecoördineerd en alles wat hier verkocht wordt, is van Chinese makelij – met als resultaat dat niets lang meegaat en de kwaliteit in alle opzichten de wensen overlaat! Uitleggen dat China verder verwijderd is van België dan Ethiopië is voor mij of voor Yohannes – in het Tigrinya – onbegonnen werk.

 

Ps2 de oogstperiode is begonnen en – net als bij het wieden – gebeurt alles hier handmatig! Gewapend met een sikkel plukt iedere boer hier centimeter per centimeter zijn land kaal, stel je voor dat wij dat in België zouden moeten doen met die gigantische perceelsoppervlakken! Nadien wordt het graan netjes gestapeld om later verder te verwerken. Natregenen zal het hier zeker niet doen, want er valt geen druppel regen meer. Toch raar hoor, midden in de herfst in een short en topje rondwandelen…

5/10: Twintig dode furbies tegen het plafond

Deze morgen op een normaal tijdstip wakker geworden zonder buikkrampen of iets dergelijks. Dat was al een hele verbetering ten opzichte van de twee vorige ochtenden. Om 6u15 uit bed gejumpt, kleren aangetrokken, water gekookt en thee en tahni klaargemaakt. Zo simpel kan mijn ochtendritueel zijn. Natuurlijk hoort daar ook een kattenwasje, tandenpoetsen en een toiletbezoek bij, maar niet alle details zijn voor publicatie vatbaar, of toch? Yohannes kwam tegen 7u – het hotel zit nog steeds bomvol waardoor hij een beetje verderop een kamer huurt – met verse broodjes. De broodjes hier lijken op pistolets maar zijn veel zachter – als je geluk hebt – en smaken eigenlijk naar gewoon wit brood. In mijn geval komen ze mijn oren al uit – geef mij maar zelfgebakken bruin brood – maar deze morgen smaakte het verse broodje bijzonder goed. Na het ontbijt begonnen we aan een nieuwe dag vol interviews in een nieuw dorpje. Het moeilijkste aan dit proces is het vinden van een geschikt dorpje. Aangezien Adigrat een grotere stad is dan de meeste anderen waar we logeren, hebben we geopteerd om het eerste deel van onze reis per minibus af te leggen om daarna een dorpje te zoeken. Ons eerste plan viel al snel in het water, we hadden via via een geschikte plaats gevonden, maar die bleek tot een andere woreda te behoren. Dan maar een stukje terugkeren met een bajaj om daar opnieuw op zoek te gaan naar een dorpje. 24-birr later arriveerden we in Deku-e, een idyllisch Ethiopisch plattelandsdorpje dat jammer genoeg gedeeltelijk op de flanken van de omringende bergen ligt. Maar met een beetje hoogteverschil kan ik ondertussen al leven, de cactussen die onze weg versperden waren daarentegen een grotere uitdaging. In plaats van van het ene huis naar het andere te wandelen, waren we steeds op zoek naar een geschikt pad om rond de cactussen te geraken. Maar het is ons toch aardig gelukt. Al snel bleek dat de meeste mensen bezig waren met de voorbereiding voor een huwelijk dat morgen (zaterdag) plaatsvindt. Door onze vertraging bij het vinden van een dorpje en de afwezigheid van de meeste mensen, leek het in het begin heel erg moeilijk om onze interviews in twee dagen te kunnen afwerken. Maar algauw liep de interview-machine bijzonder vlot en tegen 16u15 hadden we 25 interviews op zak en begon onze terugreis naar Adigrat. Een bus of bajaj vinden bleek makkelijker gezegd dan gedaan, dus hebben we een stuk te voet afgelegd. Na 30 minuten wandelen vonden we eindelijk een bajaj die ons voor 15 birr naar Adigrat wou voeren. De 20 dode, roze furbies aan het plafond nam ik er graag bij – ja, er is een foto van – want het volledige eind wandelen zou toch wel heel erg lang duren. Eenmaal in Adigrat begon onze zoektocht naar avondeten. Overal bananen, maar nergens groenten… Soms is het best wel frustrerend om in Ethiopië eten te kopen. Maar mijn alziend oog viel al snel op een lokale supermarkt. En ja hoor, het was een echt supermarktje met rayons en een kassa. Mijn aankopen beperken zich echter tot koekjes, chocola, erwten in blik – waarvoor je geen opener nodig hebt – appelsap in brik en een extra doosje smeerkaas. Maar mijn vreugde kon niet op, het blijft een zalig gevoel om wat meer keuze te hebben dan anders! Op de markt nog wat aardappelen en een witte kool gekocht om die in het hotel te gaan klaarmaken. De meeste omstanders begrijpen het nog steeds niet en al snel kwam een dame mij vragen waar ik mee bezig was. Het feit dat ik bij aardappelen en witte kool enkel zout toevoeg, bleek onbegrijpelijk, want volgens de Ethiopische normen voeg je overal ajuin en olie aan toe. Het heeft mij toch gesmaakt zonder die olie hoor. Daarna nog een pintje – St. George voor de kenners – soldaat gemaakt en nu alweer bedtijd. Of toch nog eerst wat Maria-koekjes eten, want mijn gebrek aan vetrijk voedsel zorgt voor een bijna constant hongergevoel.

 

BiSou

Fien

 

Ps voor 165 birr – of te €7,18 – heb ik hier al mijn aankopen in de supermarkt kunnen doen. Soms is Ethiopië echt leuk om te winkelen!

4/10: het trucje met de waterstand

 

Deze morgen opgestaan met een ‘broebelende’ buik, niet echt een prettig gevoel dus! Dan maar opletten wat we vandaag eten en ongekookt voedsel zoveel mogelijk vermijden – behalve bananen natuurlijk! Aangezien het Bureau of Agriculture pas om 8u30 opengaat, heb ik vandaag eens lekker lang uitgeslapen – wat je mag verstaan als opstaan om 7u15. Maar ik moet zeggen dat mijn geïmproviseerde gordijn bestaande uit een handdoek en duck-tape aardig dienst gedaan heeft. Een wereld van verschil als je raam naast een tl-lamp geplaatst is. Het heeft me deugd gedaan, het gezondheidsslaapje. Onze tocht richting Bureau of Agriculture was verdacht veel korter dan de terugweg, maar volgens Yohannes kwam het op hetzelfde neer. Ik heb nu wel al een groot stuk van Adigrat gezien en ik moet zeggen, het begint een deftige stad te worden. Er zijn nog veel wegen in aanleg en ook veel gebouwen zijn nog niet afgewerkt, maar de eerste kleine supermarktjes doen hun intreden, evenals een markthal en slagerijen – wat naar Ethiopische normen niet zo vanzelfsprekend is. Na ons geslaagd bezoekje aan het Bureau – waarbij de nodige overredingskracht mij alweer de juiste informatie opleverde – begon onze zoektocht naar de nodige voedingsmiddelen. Aangezien we zoveel onderweg zijn, is het handiger om kleine hoeveelheden te kopen dan om alles mee te sleuren in een bus. Het nadeel is wel dat het aantal winkelbezoeken fenomenaal toeneemt, maar ook voor dat probleem heb ik al een oplossing gevonden: Yohannes alleen sturen! Het enige nadeel is wel dat als je een halve kilo wortelen vraagt en een kwart kilo ajuin, je plotseling opgescheept zit met een halve kilo ajuin waar je geen weg mee kan en maar net voldoende wortelen hebt voor je volgende maaltijd. Maar dat moet ik er dan maar bijnemen zeker?! De bloem, eieren, suiker en melk die ik vandaag gekocht heb, – samen met wat meer tahni, water, bananen en belkrediet – zorgden in elk geval voor een geslaagde lunch. Mijn flip-flop techniekje om pannenkoeken te draaien in de pan – bij gebrek aan spatel – bleek voor het kuispersoneel van het hotel – twee lieftallige dames – een bijzonder fascinerende bezigheid te zijn, maar bij de vraag of ze een pannenkoek wilden proeven, weigerden ze vriendelijk. Ethiopiërs hebben het niet zo eten dat ze niet kennen, ook al lijkt het op enjera – maar dan in het klein en veel minder zuur. Na de afwas heb ik me gewaagd aan een douche. Daarbij eerst vriendelijk vragen aan de dames van het hotel of ze het water willen aansluiten. De truc bestaat er namelijk in om een groot ijzeren vat onder de kraan te zetten en die heel langzaam te laten vollopen. Ten eerste hoef je dan niet te betalen voor je kraantjeswater aangezien de watermeter deze langzame stroom niet opmeet en ten tweede heb je voldoende water op het nodige moment – voor de was en de kuis bvb. Handige truc, toch? En het is niet de eerste keer dat ik dit gezien heb… Maar ik had stromend water, dus kon ik mijn avontuur verder zetten. De douche – een klein kamertje met een putje in de vloer, een half beschimmelde houten deur, 2 kapstokjes en een douchekop – was wel één van de properste die ik al tegengekomen ben in zo’n goedkope 30 à 40- birr hotels. Linkerarm, rechterarm, linkerbeen, rechterbeen, adem inhouden en eronder gaan staan. Merde, dat blijft echt moeilijk, zo’n koud water over je rug laten stromen. Na een halve minuut wen je daar wel aan, maar die halve minuut is toch wel afzien. In tegenstelling tot de meeste lokale mensen droog ik me wel af voor ik mijn kleren aantrek, waardoor de kou al snel vergeten was. Het feit dat het waterreservoir een hele dag in de zon staat en de middag het warmste moment van de dag is, helpt natuurlijk ook wel om het iets aangenamer te maken. De overschot van de pannenkoeken hebben na mijn douche ongelooflijk goed gesmaakt als namiddagsnack. De rest van de middag doorgebracht al lezend en hopend dat mijn maag het niet zou begeven onder de lekkere, maar zware lunch. Toch in vergelijking met wat ik normaal gezien eet hier in Ethiopië. Mijn vijfde boek zit er bijna op, vanavond nog een beetje verder lezen. Eerst nog het avondmaal bereiden – spaghetti met tomaat en ajuin – en daarbij onderbroken worden door de vriendelijke hotelgast die ik gisteren ook al ontmoet had. Hij is in Adigrat voor een conference en moest de gasten uitbetalen. Maar de boekhouder die normaal gezien deze bureaucratische rompslomp regelt, kon er deze keer niet bij zijn. Hij vroeg mij dus heel vriendelijk of ik wist hoe Excell werkt en of ik hem kon helpen. Geen probleem, enkele formules later – zijnde som en producten van twee cellen – kon ik weer verder met mijn kookbezigheden. De meeste omstanders zijn volledig onder de indruk van deze bezigheden en begrijpen niet goed waarom ik kook in een hotel als er naast de deur een restaurant is. De uitleg dat zelf koken goedkoper is, is blijkbaar niet echt logisch aangezien ik blank ben en dus wel rijk moet zijn. Gelukkig snapt Yohannes het wel al en apprecieert hij mijn kookkunsten – zowel omdat hij dan niets hoeft te betalen als omdat het meestal wel lekker is, vooral als ik voldoende zout en pikante kruiden toevoeg. Mijn hoofdreden om zelf te koken is toch vooral het feit dat ik dan wat meer afwisseling heb en iets eet dat ik gewoon ben. Alhoewel, het is toch niet helemaal hetzelfde, vooral omdat ik maar één vuurtje heb en dus meestal éénpansgerechten klaarmaak. Nog even de afwas doen om me dan weer rustig terug te trekken in mijn kamer met een hopelijk kalme maag voor de rest van de nacht.

BiSou

Fien

Ps bedankt voor het telefoontje Chris! Het was gezellig om nog eens met een Vlaming te kunnen